Het thema “Make-up/Camouflage” heb ik reeds vroeger in galerie IN SITU aangewend als link tussen de werken van Eric Angenot, David Kowalkowski en Martijn Schuppers. Het oeuvre van deze drie kunstenaars is inmiddels geëvolueerd en het recente werk van Kowalkowski past niet meer onder de noemer Camouflage. Angenot en Schuppers kunnen nog steeds met elkaar geconfronteerd worden binnen diezelfde thematiek alhoewel ze elk op hun eigen manier een nieuwe dimensie en verdieping daaraan hebben toegevoegd. Deze nieuwe ontwikkeling in hun oeuvre kan als een “dazzle” effect omschreven worden.
Omdat camouflage ook een grote rol blijft spelen als vorm- en kleurgegeven in onze hedendaagse maatschappij waar mode en design steeds uitfrukkelijker deel van uitmaken wil ik dit thema verder blijven gebruiken en onderzoeken in relatie tot het werk van sommige kunstenaars die verwijzen naar hun omgeving. Het is voor IN SITU immers belangrijk om de kunstpresentaties steeds te koppelen aan maatschappelijk relevante thema’s. De dazzle-schilderingen zijn binnen het camouflageassortiment als oorlogswapen wel in onbruik geraakt maar het blijft toch de soort camouflage dat het meest tot de verbeelding spreekt. De dazzle-techniek heeft daarenboven directe links met het kubisme (toch één van de meest belangrijke omwentelingen in de moderne kunstgeschiedenis). Het zijn trouwens vooral kunstenaars die aan de basis liggen van de camouflagetechniek. De dazzle-techniek die de marineschilder Wilkinson ontwikkelde en aanbracht op de Engelse oorlogsbodems bestond uit het schilderen van vivante kleuren in onregelmatige patronen. Genoeg reden om nogmaals aandacht te besteden aan de relatie tussen kunst en een aantal aspecten van camouflage.
Het begin van 2009 valt voor galerie IN SITU samen met de opening van een tweede ruimte die vanaf de straatkant zichtbaar is van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het is de bedoeling dat in deze ruimte in het stadscentrum een link gelegd wordt naar de activiteiten in de moedergalerie. Voor de eerste presentatie in InSi2 heb ik gekozen om het vroeger werk van de drie kunstenaars aan het grote publiek voor te stellen. In de toekomst is het mogelijk dat er ook installaties worden getoond die speciaal voor deze ruimte worden ontworpen. Dit uitstalraam leent zich uitstekend om een ruimer publiek te confronteren met hedendaagse kunst. Aangezien deze ruimte zich in een drukke centrumstraat situeert hoop ik op een soort window-shopping activiteit, met een positief effect tot gevolg op het bezoekersaantal in de hoofdgalerie.
Omdat de Molenstraat ook een winkelstraat is zullen de activiteiten in InSi2 regelmatig gekoppeld worden aan initiatieven van handelaarserenigingen en van het stadsbestuur en zullen er ook projecten te zien zijn buiten het reguliere galerieseizoen.
Het woord Dazzle (verbijsteren, verblinden) is ontleend aan een vorm van camouflage (Razzle-Dazzle) die opgang maakte in de oorlogsvoering en die voornamelijk werd toegepast op schepen in WOI. Door gebruik te maken van complexe patronen van geometrische vormen die mekaar doorsneden en fragmenteerden en die geschilderd waren in contrasterende kleuren, trachtte men de vijand te verwarren. Het was eerder de bedoeling om zeer zichtbaar te zijn en de aandacht te trekken dan om het schip door camouflage te verbergen. Het wou de aanvaller misleiden zodat deze de juiste positie, noch de exacte koers en snelheid van het aan te vallen schip kon bepalen.
Men gebruikte oogverblindende kleuren die eigenlijk de antithesis zijn van de cryptische camouflage die erop gericht is om te versmelten met de omgeving. Deze ongebruikelijke camouflagetechniek werd ontwikkeld nadat gebleken was dat men geen middel vond om schepen in alle weersomstandigheden onzichtbaar te maken voor de Duitse duikboten.
In deze presentatie is recent werk te zien van beide kunstenaars waarbij de klemtoon ligt op het “Dazzle” element
Eric Angenot (°B, 1966) maakt sculpturen die gemakkelijk gelieerd worden aan wapentuig of die kunnen gezien worden als metaforen van de camouflage- en overlevingstactiek in gevaarlijke situaties. Angenot verwijst nadrukkelijk naar hedendaagse sociale en maatschappelijke relaties in zijn suggestie van wapens, competitiegeest en agressiviteit, maar hij gebruikt deze gecodeerde elementen op een spannende, bevragende manier. De kunstenaar gebruikt veelvuldig de basiskleuren van de camouflage maar ontkracht de gewelddadige oorsprong ervan door er frivole, romantische elementen aan toe te voegen die vreemd zijn aan de militaristische levensopvatting. Hij doorprikt ook het cliché waarin sommige kleuren, texturen en symbolen zijn gevangen door terug naar de oorsprong ervan te verwijzen, die te vinden is in de biologie. Dieren en planten hebben immers de natuurlijke mogelijkheid om zich door camouflage te beschermen tegen vijanden die de natuurlijke orde op een gewelddadige manier willen verstoren.
In Gallery InSi2 staat een beeld als een gecamoufleerde krijger centraal. De sculptuur grijpt om zich heen, bijt van zich af. Het is een gemuteerde vorm die maar één doel nastreeft: overleven.
In galerie IN SITU toont hij kleinere sculpturen en ruimtelijke installaties die alhoewel zeer verscheiden, toch allemaal te maken hebben met het dazzle-effect. De ruimte-omvattende installaties verdwijnen in de omgeving van de white cube zoals ze ook nauwelijks zouden opvallen midden een mistige oceaan of in een besneeuwd berglandschap. De kleinere sculpturen zijn juist zeer kleurrijk. Het zijn de dazzles van zijn (onze) omgeving van de grootstad. Het zijn assemblages van codes, signalen en tekens van de stedelijke cultuur. Hersamenstellingen van een complexe realiteit van tegenstellingen.
Martijn Schuppers (°NL, 1967) maakt schilderijen die in opzet non-figuratief zijn; de materialen die hij gebruikt zijn de essentie van het werk. Verf en oplosmiddel op een doek maken het schilderij. In een tekst over zijn recente werken (te zien in galerie IN SITU) uit de serie “Air Brush Structure Paintings” van 2007-2008 schrijft hij: “De uitkomst van het proces kan zich alleen maar van het ‘kunstmatig gefabriceerde’ distantiëren en zich voordoen als een natuurlijk beeld, zolang de kunstenaar zich van elk oordeel ten tijde van het scheppingsproces tracht te onttrekken. Alles gebeurt binnen het territorium waar tegenstellingen in schilderkundig handelen elkaar vinden in een status-quo en samen een beeld vormen. De schilder was slechts intermediair, katalysator, moedwillige arrangeur.
Dit is een endogene schilderkunst, een schilderkunst die zich binnenstebuiten toont. Het exterieur van het interieur.”
De schilderijen “dazzle” onze ogen omdat zij zich voordoen als natuurlijke beelden. Zij veruitwendigen een schijnbaar natuurlijk inwendig leven. Het kunnen structuren en elementen zijn die voor het blote oog niet zichtbaar zijn maar waarvan we vermoeden dat ze er zijn. Ons vertrouwen in de wetenschappelijke evolutie is zodanig groot dat ook deze onbedoelde voorstellingen als echte reproducties van een innerlijk leven worden ervaren.
Het is niet de intentie van Schuppers om een voorstelling te creëren, maar door het werkproces ontstaat er een illusionistische wereld die ervoor zorgt dat er allerlei associaties ontstaan met bijvoorbeeld microscopische opnames van biologische processen.
De foto’s van Schuppers “The Nature of Painting” waarvan er één te zien is in Gallery InSi2 zijn in wezen uitvergrotingen van wat hij schilderkunstig doet. Het gaat om de spanning van het moment van ontdekken of van de mogelijke ontdekking. De verwachting bij het inzoomen en tegelijkertijd de afstand door het onderzoekende karakter van de actie geeft een spanningsveld die zichtbaar wordt in de fotografische registraties.
Schuppers denkt als schilder terwijl hij fotografeert. Het zijn foto’s over het medium schilderkunst, ze geven een beeld van de schilderkunst, vandaar zijn titelkeuze voor deze serie ‘The nature of painting’, die de insteek van het werk zeer goed omschrijft. Het zijn natuurwetenschappelijke foto’s die de verf als cellen, organische entiteiten tonen, ze leggen een verborgen leven bloot waarop wordt ingezoomd om het te expliciteren. De schilder wordt geconfronteerd met zijn eigen verwonderde blik in de schilderkunst, letterlijk met de lens/neus in de verf gedrukt.
Some Notes on the Air Brush Structure Paintings 2007-2008
Deze schilderijen zijn vanaf het moment dat het schilderproces begon een eenrichtingsweg ingeslagen zonder zijwegen en met geen mogelijkheid om op zijn stappen terug te keren. Blind en doofstom als een onstuitbare ontwikkeling van natuurelementen. Alles of niets, almaar vooruit in een oneindig opdelen en samenvoegen van verf, druppel na druppel, cel na cel. Een groeiproces dat onwillekeurig maar doelbewust woekert.
Zoals in al mijn schilderijen (en ook de foto's) volgen ook in deze schilderijen processen elkaar op die enerzijds willekeurig, arbitrair, random, wild en ongecontroleerd aandoen en dat ook voor een stuk zijn, tegenover procedures die de verfpigmenten vervolgens op zeer exacte plaatsen fixeren.
Een proces dat niet valt te corrigeren, en alleen maar vooruit kan. Het drama dat we in het uiteindelijke resultaat denken te herkennen is niet ingegeven door de maker, het is het 'drama' van een generatief proces dat leven suggereert. Een proces dat het uiteindelijke beeld een interne doelloze logica geeft.
Zonder doel en/of moraal vind de verf haar meest logische weg, die van de minste weerstand geholpen door een onverschillige kracht (een compressor) als een onstuimige rivier die zich een weg baant door de omgeving.
De uitkomst van het proces kan zich alleen maar van het ‘kunstmatig gefabriceerde’ distantiëren en zich voordoen als een natuurlijk beeld, zolang de kunstenaar zich van elk oordeel ten tijde van het scheppingsproces tracht te onttrekken. Alles gebeurt binnen het territorium waar tegenstellingen in schilderkundig handelen elkaar vinden in een status-quo en samen een beeld vormen. De schilder was slechts intermediair, katalysator, moedwillige arrangeur.
Dit is een endogene schilderkunst, een schilderkunst die zich binnenstebuiten toont. Het exterieur van het interieur.
David Kowalkowski (°B, 1979) schildert in olieverf op doek. Zijn reeks met de basten van platanen als onderwerp toont ons de essentie van het schilderen. Het onderwerp is een alibi om het feest van het schilderen op een losbandige wijze te vieren. Vanuit de figuratie komt Kowalkowski tot een abstractie die beantwoord aan zijn ingesteldheid en aan de universele kwaliteitseisen die men eist van grote schilderkunst.
Een detail van een plataan tegen een vaag aanwezige en toch storende achtergrond van het stadsbeeld wordt in zijn groei geschilderd. De schors brokkelt af en laat nieuw leven ontluiken. Het patroon is één en al camouflagetextuur. Dit recentelijk veelvuldig gebruikte patroon in de abstracte schilderkunst heeft in de schilderijen van Kowalkowski een totaal andere waarde. Het geeft hem de mogelijkheid om zich uit te leven in al de technieken die de schilder ter beschikking staan. De geduldig over elkaar geplaatste lagen die periodiek in dagenlange sessies op verschillende werken tegelijkertijd worden aangebracht laten de kenner/kijker genieten van het sublieme dat kan bereikt worden met minimale middelen.
De schilder gebruikt eigen gemaakte foto’s als model voor zijn schilderijen. De representatie van de werkelijkheid heeft diverse stadia doorlopen, het uiteindelijke beeld is gemanipuleerd naar eigen inzicht en smaak. In de schilderijen nemen de details van de boomstammen het centrum van het beeldvlak in beslag. Het is een bijna allover-compositie met alleen in de marges aan weerszijden een referentie naar de realiteit, naar de stad, de cultuur, de beschaving. De kunstenaar is niet op zoek naar een idyllisch beeld van de natuur. Hij gebruikt beelden die hem vanuit zijn stedelijke omgeving opvallen. De plataan is een boom die volop in de stad aanwezig is, het is één van de weinige soorten die onze asfaltobsessie kunnen trotseren.
Meer over Dazzle
Men heeft lang getwijfeld over de efficiëntie van de dazzle schilderingen. Om meer te weten te komen over het effect begon men een doorgedreven wetenschappelijk onderzoek wat er uiteindelijk heeft toe geleid dat men in WOII over andere technieken beschikte en de dazzle-strategie tot het verleden behoorde. Eén ding is zeker: het moraal van de crews werd erdoor opgekrikt, zelfs de burgerbevolking werd erdoor optimistischer. Honderden prachtig gekleurde schepen in de haven, dit had men nog nooit gezien.
De uitvinder van de dazzle-techniek zou Norman Wilkinson zijn, een illustrator en vrij academisch schilderende Engelse kunstenaar.
Ook Picasso was betrokken bij camouflage en dazzle schilderingen. Het is bekend dat hij in 1915 in de Boulevard Raspail in Parijs met verbazing stond te kijken naar een militaire parade waarin ook kanonnen werden getransporteerd die waren beschilderd met camouflagekleuren. Hij riep toen uit “Wij waren het die dit gecreëerd hebben”. Het kubisme dat hij samen met Georges Braque had ontwikkeld lag duidelijk aan de basis van de ontwikkeling van de camouflagetechniek. Picasso was gefascineerd door het idee van camouflage en in de tweede wereldoorlog werd ook veel gebruik gemaakt van zijn werk door Amerikaanse kunstenaars om nieuwe toepassingen op basis daarvan uit te werken.
Andere kunstenaars die gebruik hebben gemaakt van camouflage zijn: Andy Warhol (in 1986, een camouflagereeks, zijn laatste belangrijk werk), Alain Jacquet, Ian Hamilton Finlay in “Mimicry-Dress-Art” van ’70 tot 1973 en Thomas Hirschhorn recent in zijn Utopia project.
In de mode heeft camouflage sinds 1915 een zeer belangrijke rol gespeeld. De optocht met voertuigen die beschilderd waren met camouflage werd niet alleen door Picasso opgemerkt maar ook de Parijse couturiers hadden het gezien en binnen de drie weken, nog vooraleer de techniek in militaire gevechtskledij werd toegepast, kwamen deze abstracte patronen terug in modieuze damesjurken.