"On Display"
Marcel BERLANGER - Thomas HUYGHE

[ home ]
[ english ]

Eric Angenot : Modernist SurvivorZou een overbodige titel kunnen zijn omdat het toch vanzelfsprekend is dat in een kunstgalerie kunstwerken worden uitgestald. In de context van deze tentoonstelling krijgt deze titel echter een ruimere betekenis. Bij het woord display denkt men onwillekeurig aan een ruimtelijke voorstelling ter promotie van een evenement of een product. Daarvoor gebruikt men driedimensionale constructies die in de straat, het landschap of de handelszaak worden opgesteld. Het is een veel gebruikte methode voor allerhande publiciteitscampagnes maar het is niet bepaald evident om deze presentatievorm te gebruiken in de schilderkunst. Marcel Berlanger en Thomas Huyghe zijn twee schilders die reeds een zekere bekendheid genieten o.a. omwille van hun gedurfde attitude binnen de traditie van de figuratieve schilderkunst. In hun recente werken gaan ze echter nog een stuk verder, alleen het gebruik van verf en penseel bindt hen nog met de traditie van het oeroude medium. Zij gaan resoluut met hun schilderijen de ruimte verkennen. Zij gebruiken constructies van industriële materialen als drager, als ondergrond voor hun schilderwerken. Het zijn object-schilderijen geworden, driedimensionale figuratieve schilderijen waarin de omgevende ruimte een belangrijke rol speelt. Hun recente ontwikkeling naar een ruimtelijk oeuvre is de link tussen deze twee schilders, voor de rest is hun werk zeer verschillend: Berlanger schildert hoofdzakelijk met zwarte verf en Huyghe is uitbundig in zijn kleurgebruik, Berlanger heeft een voorliefde voor verstilde wetenschappelijke beelden en Huyghe geeft de voorkeur aan snelle beelden uit de publiciteit. Het zijn beiden schilders pur sang die de figuratieve schilderkunst terug een plaats geven binnen onze hedendaagse beelden-maatschappij zonder te vervallen in een melancholische dramatiek of een oppervlakkige virtuositeit.

 

Jan De Nys, juli, 2006

 

Doortrapt doorprikken met penseel

Over de schilderij-objecten van Thomas Huyghe

Eric Angenot : Modernist SurvivorVandaag de dag is figuratieve schilderkunst (terug) hotter than hot in het hedendaagse beeldende kunstenlandschap. Men moet al volslagen blind zijn om het niet te zien: vele galeries programmeren jonge figuratieve schilderkunst, en halen hiermee astronomisch hoge prijzen bij verzamelaars. Schilders als Michaël Borremans en Luc Tuymans blijven over de tongen van de internationale kunstwaarnemers rollen. Matthias Weisscher en Wilhelm Sasnal verwerven op superkorte tijd wereldfaam met hun figuratieve doeken. Enzovoorts enzoverder... Allemaal goed en wel, maar wordt er met dit medium ook nu nog relevant omgegaan?
Wat opvalt vandaag de dag is dat vele jonge figuratieve schilders sterk gepreoccupeerd zijn met de bevraging van het beeld an sich. De hoofdvraag die velen van hen zich lijken te stellen is wat het (schilderkunstige) beeld vandaag de dag nog kan betekenen in een compleet in overdrive geschakelde, gemediatiseerde informatie- en beeldcultuur als de onze, waarin elk beeld dat op ons afkomt even betekenisloos als –vol kan zijn?
De artistieke oplossing die vele jonge figuratieve schilders lijken te hebben gevonden, heeft te maken met de bewerking van zulke snelle mediabeelden, door deze te trekken binnen de traagheid van hun eigen medium, dat tot nader order nog steeds ‘beperkt’ is tot de logge materialiteit van verf en doek. Door deze beelden schilderkunstig te ‘vertalen’ ontstaat er – zowel bij de kunstenaar zelf als bij de toeschouwer – een mogelijkheid tot bewustwording van de ware (of valse, uiteraard) betekenis van het snelle gemediatiseerde beeld.

 

Eric Angenot : Modernist SurvivorOok Thomas Huyghe (°B, 1971) stelt zich in zijn werk deze relevante vraag, maar hij gaat hierbij nog een zeer interessante stap verder. Hij verschilderkunstigt niet alleen het gemediatiseerde beeld, hij mediatiseert tegelijkertijd ook de schilderkunst zelf – hij trekt ze als het ware uit haar burgerlijke context - en dit zonder dit medium fundamenteel te verloochenen. Huyghe kiest zijn beelden zorgvuldig uit de mediacultuur (film, pornografie en dergelijke). Ook de reclame, die als zeer prototypisch voor de snelle, holle en betekenisloze hedendaagse beeldcultuur kan bekeken worden, wordt als een van de belangrijkste inspiratiebronnen gebruikt. Hij pletst deze bubblegumbeelden echter niet meteen op doek. Hij bewerkt ze daarentegen minutieus met de computer tot vervormde, euforisch grijnzende koppen, die daardoor qua betekenis haaks komen te staan op de idealen van happyness, welzijn en lifestyle die zulke reclamebeelden doorgaans promoten.
Het fascinerende echter aan Thomas Huyghes werk is dat hij niet enkel die holle, lege  reclamebeelden zelf vervormt, maar dit ook consequent doet met zijn medium. Hij breekt hierbij letterlijk uit het traditionele, tweedimensionele kader van de schilderkunst, dat bestaat uit vier latten en een doek, en trekt met zijn mediabeelden de ruimte in. Hierdoor verworden zijn schilderijen tot holle, letterlijk lege objecten, die niet enkel door de vervormde beelden waarmee ze zijn beschilderd een kritische trivialiteit krijgen, maar ook door hun objectvorm op zich.

 

Thibaut Verhoeven, augustus 2006

 

BACK TO BASICS

Marcel Berlanger en de alliantie van drager en verf

Eric Angenot : Modernist SurvivorZeggen dat we vandaag in een beeldcultuur leven, is een understatement. Tenminste, het is onvolledig. Het drukt nauwelijks uit hoe complex onze beeldcultuur geworden is. Het zegt niets over de alomtegenwoordigheid of de overvloedigheid van de beelden die ons constant uit alle richtingen worden aangereikt. Het zegt ook niets over onze langzame gewenning eraan. Het zegt al helemaal niets over ons groeiend verlangen om steeds meer beelden te zien.

 

In de hedendaagse kunstscene is het niet anders, vele werken zijn symptomatische exemplaren van de must om mee te surfen op de snelweg van betekenisproductie en informatieoverdracht. Interdisciplinair werken is het antwoord op de vraag van de hedendaagse toeschouwer naar de alles overtreffende trap, de ervaring die sterk genoeg is om uit te steken boven de constante stroom van alle andere.

 

Wat kan een schilder die kiest voor enkel zijn medium daarin nog betekenen? Hoe kan hij nog indruk maken? We zijn het zo gewoon geworden om informatie te krijgen in de combinatie van beeld-tekst-geluid, als één geheel. Hoe kan een (figuratief) schilder, met zijn ambachtelijke medium dat haaks staat op de snelheid van beeldproductie en -consumptie, nog aandacht krijgen voor zijn boodschap?

 

Marcel Berlanger (°B, 1965) zoekt de oplossing voor deze probleemstelling in de letterlijke basis van het eigen medium zelf, namelijk in de ondergrond, de fysieke drager als startpunt van de beeldvorming. Reeds enige tijd schildert hij op een ondergrond die hij zelf ontwikkelde. Het zijn flexibele maar stevige dragers van vloeibare hars en glasvezel, met een strakke en gerasterde structuur. Het geeft aan zijn schilderijen een pixelachtig karakter dat doet denken aan de opbouw van digitale beelden. Maar daarnaast kunnen ze zodanig behandeld worden dat ze semi-transparant worden. Dit wordt pas echt zichtbaar wanneer de werken loskomen van de muur en vrij in de ruimte komen te hangen. Voor het toneelstuk Penthesilea (Kunstenfestivaldesarts, 2006) werden een aantal van die schilderijen op die manier gepresenteerd. Net als een middeleeuws retabel bezitten deze werken een voor- en achterzijde en kunnen zij van beide kanten bekeken worden. De lichtinwerking speelt in deze werken een belangrijke rol, het beeld gaat als het ware vibreren, wat doet denken aan de waarneming van een filmbeeld. Maar uiteindelijk gaan ze natuurlijk niet echt bewegen. Op elk schilderij zien we nog altijd heel duidelijk één beeld, een weloverwogen, zorgzaam uitgekozen beeld.

 

Zeker voor Berlanger is de beeldselectie een belangrijke stap bij het maken van een schilderij. Hij kiest voor zeer herkenbare beelden die deel uitmaken van onze omgeving of van onze herinneringen. Veel van zijn beelden hebben te maken met een (gemanipuleerde) natuur: chrysanten, cypressen, treurwilgen. Andere onderwerpen zijn niet direct vanzelfsprekend in de schilderkunst: microscopische kristalbeelden, rookslierten, optotypes. Het beeld wordt vervolgens op een drager geschilderd die altijd uit hetzelfde materiaal bestaat maar dat steeds op een andere manier verwerkt wordt in functie van het beeld. De materialiteit van de ondergrond bepaalt natuurlijk altijd de manier van schilderen, maar richt in dit geval enorm de aandacht op de verftoets en de afbeelding. Hij wil het beeld in de kijker plaatsen, hij wil de pixels blootleggen, of de rasters, of bij uitbreiding: de verhoudingen en de opbouw ervan. Zo maakt Berlanger een krachtig statement pro schilderkunst zonder meer. De middelen van de schilder zijn nu eenmaal wat ze zijn. Zelfs zijn unieke ondergrond blijft op een bepaald niveau toch ook maar een noodzakelijk middel. De schilder heeft uiteindelijk altijd alleen zijn ondergrond en verf ter beschikking. Meer is er niet. Zijn middelen zijn beperkt, maar juist daardoor is de kwaliteit van het schilderij alleen afhankelijk van de mogelijkheden van de kunstenaar zelf, van zijn kennis, van zijn gave. En van zijn intuïtief juiste keuze voor net dat ene beeld dat interessant, intrigerend, of gewoonweg mooi kan zijn.

Eric Angenot : Modernist Survivor

Berlanger maakt steeds een reeks rond eenzelfde thema, begint dan aan een ander onderwerp en kan een hele tijd later weer een ouder onderwerp oprakelen. Veel beelden kunnen op het eerste zicht romantisch lijken maar door de schilderswijze en de materialiteit van de drager worden ze weer afstandelijker. Bij het zien van zijn schilderijen zijn er de directe, onweerstaanbare associaties die zich aan ons opdringen en tegelijkertijd is er die afstandelijkheid. Verschillende gedachten en emoties komen quasi tegelijkertijd naar voor, met een geweldige snelheid passeren ze onze revue, als in een oogopslag waarin dingen gebeuren buiten onze wil om, meer dan we kunnen bevatten. Elementen uit die momentane veelheid blijven hangen of doemen lang daarna terug op. Het is een spel tussen vormen en referenties.

 

De idee van de ondergrond die in functie staat van het beeld, werkt Berlanger nog verder uit in zijn meest recente werken. Het zijn driedimensionele voorwerpen geworden, soms met een grote taalsymbolische betekenis (een gegeven dat altijd in Berlangers oeuvre een minder zichtbare maar niet te onderschatten rol speelt). Zoals bijvoorbeeld het object in de vorm van een laars. Marcel spreekt over "des pieds" en "supports."
"Pied" of voet, in beide talen betekenen ze meerdere zaken, maar telkens zijn het ondersteunende dingen: voeten ondersteunen ons lichaam, statieven ondersteunen om het even wat. Verder duiken er in het werk van Berlanger nu ook kettingen op. Ze appeleren voor een stuk aan de vroeger door hem geschilderde rastervormen waarin je een metalen hekwerk ("Moucharabieh") kon zien; in beide gevallen gaat het om mechanisch ineengrijpende structuren die kunnen dienen als afsluiting of begrenzing. Maar kettingen kunnen dienen om iets omhoog te hangen en op die manier functioneren ze ook als dragende, steun verlenende voorwerpen.

 

De kettingen kan je misschien met het vroegere hekwerk in verbinding brengen. In het atelier hangt ook een kleine studie van een paar jaren geleden met een gespoten ketting als onderwerp. Ook de laars is een vorm die in dit oeuvre niet zomaar opduikt uit het niets. Op Berlangers tentoonstelling in de Academia Belgica te Rome (2003) was reeds een klein schilderij te zien met een roze laars. Het was toen een beetje de spelbreker in het geheel en werd niet afgebeeld en maar terzijde vernoemd in de begeleidende catalogus. In de context van de architectuur van de tentoonstellingsruimte was het makkelijk om er de symboliek van onderdanigheid en dominantie in te herkennen. Nu openbaart deze vorm zich in volle glorie als complex symbool en als drager en boodschapper van een nieuwe ontwikkeling in het oeuvre van de schilder. Het nieuwe werk getuigt van een grote fascinatie voor de alliantie tussen drager en verf. De twee brengen samen een specifieke betekenis voort, juist door hun samengaan. Ze hebben allebei hun plaats in deze relatie. Ze nemen niet altijd dezelfde vorm aan en de verhouding kan verschillen, maar Berlanger kan ze in zijn werken steeds in balans krijgen en is daardoor in staat steeds opnieuw te slagen in de productie van het boeiende beeld.

 

Nele Buys & Jan De Nys, augustus 2006