De tentoonstelling laat zien hoe uiteenlopend onze perspectieven kunnen zijn in verschillende levensfases. Van de verlangens en verwachtingen van kinderen over hun toekomst, evoluerend tot de oude mens zonder verwachtingen, levend in een wereld waar hij geen deel meer van uitmaakt, terend op zijn herinneringen en wellicht ook denkend aan onvervulde verlangens en verwachtingen.
De kinderen maken zich een voorstelling van het leven als volwassene, zij kijken uit naar het moment dat hun echte leven kan beginnen. De foto’s tonen kinderen en meisjes met rond hun lichaam afgespelde trouwjurken. Zij maken zich een voorstelling van hun leven als gehuwde vrouw, wellicht ook als moeder.
Als volwassene hebben wij verlangens én herinneringen. We zweven als het ware tussen verleden en toekomst in. Een verleden dat afgesloten wordt, een actie die bevroren wordt in een momentopname. Portretten in een sfeer van ongemak vermengd met vertedering. Een individu dat keuzes maakt, vol verwachting zijn weg zoekt in de grote wereld nog steeds anticiperend op een mooie toekomst. Maar toch verliezen we langzaam onze dromen.
De oude mensen kijken terug op hun leven, herbeleven hun vroegere verwachtingen en wachten tegelijkertijd op het naderende einde. Ze leven hun leven, maar nu zonder verwachtingen. Het verschil tussen kind zijn en oud zijn, tussen leven en dood is maar een kleine stap, een korte broze tijdspanne.
De drie kunstenaars houden van het spel, van feestelijke gebeurtenissen, maar toch is de dood nooit ver weg. Zoals Freud het stelde: “De tegenpool van het spel is niet de ernst, maar de werkelijkheid”.
Het is opmerkelijk dat deze foto’s slechts twee van de drie levensfasen in beeld brengen. De zogezegde belangrijkste periode van de volwassenheid, waar men als kind zo naar uitkijkt en waar men als ouderling met heimwee aan terug denkt, ontbreekt in deze tentoonstelling. Zij (wij) kiezen duidelijk voor de wereld van het spel, van de verbeelding, van de vervreemding.