"Expanded Painting - Expanded Review" |
[ home]
De schilderijen, objecten en installaties van Neirings, Schumann, Grootjans, Bragigand en Luyten overschrijden niet alleen de afbakeningen tussen architectuur, design, taal en beeldende kunst, tussen schilderkunst en beeldhouwkunst, maar vermengen ook populaire cultuur, maatschappelijk engagement, ondernemerschap en entertainment met kunst. Berlanger en Ton van Kints staan het dichtst bij de traditie in dit gezelschap. Zij werken nog op een drager die refereert aan de schilderkunst; hun invalshoek, techniek en methode zijn echter vrij ongewoon binnen het domein van het medium schilderen.
Neirings, Schumann en Berlanger maken op een inventieve manier gebruik van nieuwe, artificiële materialen en technieken. De werken van Grootjans, Luyten en Van Kints bezitten een hoge mate van complexiteit en toch veruitwendigen zij zich als uitgepuurd en tot de essentie gereduceerd.
Neirings, Schumann, Luyten, Bragigand en van Kints zijn zonder pathos, zonder beladen politieke boodschap, doorgegaan met de ontwikkeling van abstracte installaties.
Een frisse tentoonstelling over de vernieuwingen binnen een oud medium. Een verrassend, kleurrijk geheel.
Marcel Berlanger (°B, 1965) bespeelt in zijn schilderijen de verschijning en de kracht - de magie - van het beeld. Berlanger's magie is bijzonder materieel en transparant. Hij onderzoekt de wetmatigheden en processen die een beeld laten verschijnen. Hij laat die in zijn schilderijen ook zien, hij toont ons zijn ‘trucs’, en toch blijven zijn beelden ons het zoete geluk van de illusie en de magie van de verschijning verschaffen. Hoe doet hij dat? Precies door ons het inzicht te bezorgen in de inwendige structuur van zijn beelden – een ‘analyse’ waarbij het beeld aanvankelijk oplost en verdwijnt – laat hij ons de verschijning van het beeld, als het ware van binnen uit en op het moment van de waarneming zelf, telkens opnieuw ervaren. Deze schilderijen vormen een soort spiegels, waarin we zien hoe we kijken, hoe een beeld ontstaat en hoe dit beeld betekenissen krijgt. Zo reveleren ze ons iets over de werking van de waarneming, het geheugen en de verbeelding, en over de oorsprong en de ontwikkeling van taal en beeld, van kunst en wetenschap.
[ Frank Maes ]
Loek Grootjans streeft in zijn werk een hoge en intense graad van bewustzijn na. Ooit bracht hij een maand lang door in volledige duisternis om tot een zeker nulpunt te geraken.
Dit experiment is jarenlang een basis geweest voor zijn schilderkunst, de kleuren bruin die 'gezien' werden in de maand van totale duisternis en het groen wat het bruin plotsklaps verdrong toen het licht weer werd toegelaten zijn de hoofdkleuren van zijn schilderijen.
Daarnaast heeft Loek Grootjans in 1998 zijn stichting de 'Foundation for the benefit of the aspiration and the understanding of context (formerly known as the institute for immediate knowledge, real perception and logic features according to the most contemporary monochrome paintings)' opgericht.
De installatie 'Good Care' werd op verschillende locaties op andere manieren voorgesteld (galerie IN SITU, Watou 2003, "Periferie van de utopie"). In het boek 'Visioen van de overkant' staan teksten geschreven door Loek Grootjans en de filosoof H. van Boxtel. Dit boek is evenals het werk Good Care opgebouwd uit een groot aantal constateringen en laat op zijn beurt een deelverzameling zien van wat de mens zoal bezighoudt in zijn geluk, angst, gruwel, hoop, verlangens, verrukkingen, vuiligheden, obsceniteiten en schunnigheden. Het inventariseert het menselijk succes en falen.
In zijn recentste werk 'Final Remains' benadert hij de monochromie op een metafysische manier. Hij toont niet de kleur van de verf maar de kleur van het menselijk bestaan. Bij de installatie is een boek verschenen 'the Final Remains'.
David Neirings haalt zijn visueel basismateriaal uit het vormelijk vocabularium van transitzones, barcodes, kredietkaarten, wegmarkeringen, merktekens en logo's. Hij mixt die stijlen tot nieuwe patronen, een nieuwe vormentaal, waarmee hij installaties creëert die refereren naar luchthavens, racebanen en recreatieterreinen. Zijn activiteiten met graffitispuiters wereldwijd en zijn levendige interesse in de clubcultuur vormen de achtergrond waarin hij zijn nieuwe visuele taal kon ontwikkelen.
Neirings schildert voor- en achterzijde en plaatst zijn werken als sculpturen in de ruimte, leunend tegen een wand, vrijstaand of liggend in de ruimte. Hij gebruikt nieuwe en/of industriële materialen, en schildert met lak en zeefdrukt een vernis op polyester e.a. dragers.
De kunstenaar Franck Bragigand is een voorbeeld van een nieuwe generatie kunstenaars die andere wegen zoekt om de schilderkunst te herdefiniëren.
Zijn werk gaat over verf en kleur. Hij gebruikt verf om kleur te geven aan alledaagse verschijningsvormen die hij daarmee een nieuwe betekenis toekent. De kunstenaar zoekt mogelijkheden om de mensen te laten nadenken over hun dagelijkse doen en laten. Hij vindt steeds een gat in de zogezegde maatschappelijke orde, hij vindt steeds een element waar mensen nog niet hebben over nagedacht. Zijn werk bestaat niet alleen uit het vervaardigen van een goed kunstwerk, maar gaat ook over een maatschappelijke participatie tijdens het werkproces. Hij wil een nieuw systeem uitvinden, een weg om mogelijkheden te scheppen.
Fabian Luyten (°1974, B) organiseert een activerende speelruimte waarbij verschillende schaalverhoudingen zich opdringen; zoals de fysieke aanwezigheid van de toeschouwer met de galerieruimte, de schaal van zijn modules met de bezoeker enerzijds en met de omgeving anderzijds.
De werken van Luyten zijn nooit wat ze op het eerste zicht lijken te zijn. De strakke vormen die hij gebruikt en de duidelijk doordachte methode waarop hij te werk gaat staan in schril contrast met het afleesbaar plezier dat gepaard ging met het construeren en schilderen van het beeld. Zijn beelden en schilderijen zijn complex, streng en mathematisch en nodigen toch uit om te spelen, te fantaseren. In al hun complexiteit zijn de werken tegelijkertijd ook eenvoudig.
Fabian Luyten getuigt van een arte povera-attitude in dit multimediatijdperk.
Ton van Kints (°1955, NL) varieert op een aantal themas en vindt steeds nieuwe stilististische en inhoudelijke verdieping, juist door steeds hetzelfde gebied met vrijwel identieke materialen en methoden te onderzoeken. Hij gebruikt sinds de late jaren 80 hetzelfde procédé : het vooraf gedeeltelijk vernietigen van het houten basismateriaal op een weloverwogen, gecontroleerde wijze. Daarna worden de losse onderdelen in het vlak terug vastgezet met nietjes of met tape. Van Kints schildert, zaagt, timmert, boort en niet.
Het aspect van het schenden is onlosmakelijk verbonden met de werkwijze van Ton van Kints, het is een noodzakelijk onderdeel om tot creatie te komen.
Het geheel wordt een boeiend spel van lijnen, contouren en vlakken en van platheid en ruimtelijkheid.
Het oeuvre van Regine Schumann kan beschreven worden in relatie tot de traditie van de abstracte schilderkunst onder het hoofdstuk waar kunstenaars als Newman, Stella, Kelly en Mangold ook een onderkomen vinden. Haar werk is een vervolg op de extreem gereduceerde abstractie en de utopische zoektocht van de 'colourfield'-schilders naar de sublieme schoonheid. Haar werken hebben zich ondertussen steeds verder gedistantieerd van het klassieke 'tableau' en van het schildersmedium. Daardoor heeft zij nieuwe mogelijkheden gecreëerd om kleur en vorm te ervaren.
Haar werk focust op de wisselwerking van kleur, licht en materie. Schumann werkt sinds het begin van de jaren 90 meestal met fluorescerende materialen zoals acrylglaspanelen, synthetische plastylicht-draden en fluorpigmenten. De extreme luminositeit van haar beelden vraagt naar een nieuwe terminologie, een nieuwe benadering in verband met de definitie van kleur. Fluorescerende kleuren, glanzende en fonkelende oppervlakten en omgevingen laten koude en hemelse atmosferen verschijnen - en het is praktisch onmogelijk deze met vroegere, verwante kunstexpressies van de moderne tijd te vergelijken.
Schumanns objecten veranderen constant van textuur en kleur in relatie tot de specificiteit van de tentoonstellingsruimte door een wisselwerking van de typische eigenschappen van de gebruikte materialen en de verandering van lichtbron (zwartlicht of daglicht).