- Door Olivier Reneau
Het is vooral de schilderkunst waarop deze Franse kunstenaar, tegenwoordig woonachtig in Amsterdam, zijn keus heeft laten vallen. Onder verschillende ‘labels’ : P.P.P. Company, Photocopy Room, Uniques-multiples : [KRUT], Urban Concern, Actiomovere Buro, Painted Objects, Street Collection, gebruikt hij verf als een activistisch middel om de maatschappij in beweging te brengen. Nu eens werkt hij zonder op te vallen om een goed zichtbaar en heel vanzelfsprekend spoor na te laten, dan weer steunt hij op onze conventies om ze beter achter zich te kunnen laten. Franck Bragigand heeft van kleur een waar propagandamateriaal gemaakt waarmee hij een groot aantal mensen voor de « restauratie » van onze samenleving interesseert.
Na de Ecole des Beaux-arts van Besançon, probeert hij vrij snel anders gebruik te maken van een medium dat sommigen sinds enkele decennia uit zijn kader proberen te halen. Alsof hij, door van verf een echt constructiemateriaal te maken, een vervolg en andere experimenteermogelijkheden wilde vinden voor het werk dat begonnen was door « Support-Surface » of BMTP. Want normaal in vloeibare toestand gebruikt, heeft hij deze materie eerst in zijn meest vaste vorm beschouwd . Geen kwasten, penselen of rollers om de dekkende oplossing op te brengen. Vanaf zijn eerste experimenten maakte Bragigand van te voren [ KRUT] klaar, dat zijn « velletjes » van verf die hij liet drogen alvorens ze te gebruiken. Een beetje zoals latex membranen gemaakt worden of ook filmpjes van paraffine die, als ze droog zijn, zich laten gebruiken als doek. Inderdaad spande Bragigand zijn [KRUT] op raamwerk om er schilderijen van te maken. Als vervolg daarop maakt hij panelen, klaar om te worden geassembleerd tot objecten of sculpturen. Een deconstructie , die samen gaat met een zekere ambiguïteit van het medium. Deze wordt versterkt door de ambiguïteit van de woorden die ervoor bestaan: de verf wordt een korst (term die in het algemeen gebruikt wordt voor schilderwerk van een slechte artistieke kwaliteit), die zelf een verfhuid is en door de kunstenaar gebruikt wordt als doek om er objecten van te maken. Behalve dat dit doek veel kwetsbaarder is dan dat van een gewoon schilderij en van een materie is die lijkt op een dekkende laag maar dat niet is.

In dezelfde periode , terwijl hij nog student is aan de Ecole des Beaux-Arts, is de jonge kunstenaar mede-oprichter van een centrum voor kunst in Besançon : Le Pavé dans la mare ( de steen in de vijver). De naam is duidelijk en geeft het doel goed weer: de regio een nieuw aanbod brengen op het gebied van hedendaagse kunst. Le pavé dans la mare vindt vrij snel zijn plaats in de Franche Comté en exposities van kunstenaars als Etienne Bossut, Gérard Collin Thiébault, Frédéric Bruly Brouabre... dragen bij aan de erkenning van het centrum op nationaal niveau. Waarschijnlijk uit behoefte om zich opnieuw te concentreren op zijn werk als kunstenaar,
gaat Franck Bragigand in 1997 in op het aanbod van de Rijksakademie in Amsterdam voor een postuniversitaire ‘residence’.
Een contract van 2 jaar dat het begin is van een langdurig verblijf. In deze periode functioneert de ideeënmachine voor 200% en de confrontatie van zijn werk met de blik van bekende mensen zoals Herman Pitz, Matt Mullican, Richard Deacon, maar ook van andere kunstenaars in residence zoals Emmanuel Roppers of Meshac Gaba, opent nieuwe manieren van reflectie.
Zijn opvatting van de schilderkunst wordt dan meer politiek, in de Griekse zin van het woord, wat zich uit door een betrokkenheid bij de samenleving, en tegelijkertijd experimenteel. Hij verlaat het universum van de [KRUT] - die bestaan nog slechts in de vorm van een postordercatalogus - om voornamelijk spullen te gaan « veroveren » die hij op straat vindt (de Street collections). Zoals hij al deed toen hij een jongetje was, verzamelt hij allerlei gebruikte dingen die in zijn ogen waarde hebben. Bij exposities spreidt hij ze tentoon op een manier die de zijne is, ofwel hij nodigt andere personen uit om er wat mee te doen. Dat was in het bijzonder het geval bij de expositie « PIECE(S) THEATRALISEE(S)» in het Institut Néerlandais in Parijs waar verschillende studenten de opdracht hebben aangenomen om 1000 objecten uit deze verzameling te ordenen, naast collecties die gestempeld zijn met de namen van de steden van herkomst (Napels, het Vaticaan, New York...).
Bij de eindpresentatie van zijn werk in de Rijksakademie - hij ontving daar trouwens de prix Uriot - besluit Bragigand om in een hoek van het atelier een op zijn minst vreemd object achter te laten, een plastic plant die hij helemaal geschilderd heeft. Zonder het op dat moment te weten, legt hij de basis voor een van zijn « compagnies » - een term die hij graag gebruikt om zijn verschillende thematische series te benoemen -, de PPP voor Painted Plastic Plants. Een eigenaardige stap voor een schilder maar het brengt hem ertoe om het stilleven op een bijzondere manier, vanuit een beeldhouwvisie, te heroverwegen. Heel snel vindt hij het productieproces leuk, en dit idee, het veranderen van het uiterlijk van een object door toevoeging of verandering van kleur, leidt ertoe dat hij alle soorten producten gaat bemachtigen.

In Straatsburg, in verband met een project voor het museum voor moderne en hedendaagse kunst, en later in België, zet hij een nauwe samenwerking op met bedrijven in tweedehandsproducten. In Straatsburg wordt het museum getransformeerd in een spuitatelier voor koelkasten die vervolgens in het gewone verkoopcircuit van de onderneming Envie worden gebracht . Bij Spit, in België, gaat het initiatief een grotere vlucht nemen, zodanig dat Bragigand aan het bedrijf voorstelt om een speciale lijn op te zetten. Hij begeeft zich geregeld in de opslagruimtes, selecteert objecten op hun potentieel en geeft leiding aan de kleurtransformatie. Bij exposities in musea (Vanderkelen museum Leuven, Glaspaleis Heerlen), culturele centra, op straat of in galeries (galerie In Situ)... organiseert hij directe en openbare verkopingen bij opbod om de voorraad van de hand te doen. Op deze manier wil hij onze leefomgeving vernieuwen, een nieuw leven geven aan een gebruiksartikel dat er al een gehad heeft onder de naam van een merk of fabrikant.
« Deze restauratie van het alledaagse », voert hij soms uit tijdens performances.
In Milaan in 2002 stelde het merk Droog Design hem voor zijn atelier te installeren in het hart van de stad voor de duur van de meubelbeurs. Dagelijks kwamen er mensen langs die de advertentie van het atelier hadden gezien in bepaalde tijdschriften. Zij konden tegen betaling hun voorwerpen laten beschilderen om zo het uiterlijk te veranderen. Een geslaagde samenwerking met het collectief dat het hergebruik van vormen als ideeën aanprijst. Hierdoor komt Bragigand ertoe om projecten van behoorlijk uiteenlopende aard te doen. Zo installeert hij in Lille een schildersatelier op een vlooienmarkt tijdens het evenement Lille 2004 capitale européenne de la culture (Lille, Europese hoofdstad van cultuur 2004). En in Sint-Petersburg schildert hij het café van het grote theater helemaal opnieuw, van onder tot boven, terwijl de Nederlandse designer Jurgen Bey zich bezighoudt met het meubileren van de ruimte. In hartje Amsterdam bewerkt hij alle ruimtes waar Droog Design net in is getrokken ook met kleur. Voor dit soort interventie in de ruimte maakt Franck Bragigand uitsluitend gebruik van de door de architectuur opgelegde lijnen voor het maken van zijn kleurencompositie. Toch maakt hij vooraf enkele studies, die in 2003 te zien waren in het Institut Néerlandais te Parijs. Hij had daar een presentatie van 400 aquarellen, waarvan 40 voor dit project. Hij maakte ook in goed overleg met de medewerkers van Droog Design een kleurenschema. Dat wil zeggen 25 kleurschakeringen voor de eerste etage. Voor de tweede etage stelt hij een volledig persoonlijke interpretatie voor aan het collectief . Maar uiteindelijk is het op de plek zelf waar de magie plaatsvindt of beter gezegd, waar het werk wordt gedaan, met een zeker empirisme in de benadering die afwijkt van de voorbereidende studies.
In Amsterdam zal deze wens om zijn werk aan een zo groot mogelijk aantal mensen te tonen het openbaar bestuur verleiden. Hun behoefte aan kunst in situ is al overduidelijk. Zo begint hij aan een omvangrijk project dat bestaat uit het opnieuw schilderen van alle gevels van een woonwijk. Hij stelt een set kleuren vast, 72 varianten verdeeld over 18 gamma’s van 4 kleuren, waaruit elke bewoner voor de behandeling van zijn woning een keus kan maken. Er zullen 4 jaar nodig zijn om alle huizen te doen. Elke kleurbehandeling wordt voorafgegaan door overleg en soms moet er onderhandeld worden. Men kan zich zelfs afvragen of het beschilderen van deze voorgevels zich niet vermengt met het “beschilderen” van de herinnering van de personen Uiteindelijk is het resultaat verrassend ......van gewoonheid. Ja, geen enkele buitenissigheid, geen enkel overdreven artistiek signaal en vooral geen strijd tussen de kunstenaar en de gebruiker, zijn publiek. In het idee dat geen enkel schilderwerk is opgelegd, is alles het resultaat van een stilzwijgende toestemming. De ingreep is gewoonweg passend en goed, en wakkert de interesse van andere instellingen aan, zoals van een basisschool uit een andere wijk van Amsterdam of, veel verder weg, van een vereniging in Osaka, die belast is met de sanering van een woonwijk. Daar kiest de kunstenaar voor een tramhalte in verval. De opdrachtgever krijgt bijna geen enkele voorbereidende tekening, de artiest werkt ter plaatse, voor of liever temidden van zijn schilderwerk .
Om het project te vervolmaken, besluit hij zelfs om een tram te behandelen. Deze keer gaat het kortweg om een schildering in beweging, een beetje in het genre waarvan Johannes Itten, kunstenaar van de eerste Bauhausgeneratie, zou hebben kunnen dromen in zijn verhandeling over de kleur. Voor de keuze van de kleuren, handelt hij volgens verschillende principes die in functie van het project worden toegepast: de opdrachtgever kiest de kleuren, Bragigand stelt een gamma voor, de keuze wordt samen gemaakt ofwel het zijn de assistenten die beslissen over de keuze van de toe te passen verf. Want het is niet zozeer de keuze van de kleur die hem interesseert maar wel de manier waarop hij ze laat samengaan, waarop hij de compositie maakt, die de waarde van zijn interventie weergeeft.
Het opnoemen van alle projecten die Franck Bragigand heeft gerealiseerd of die hij op dit moment aan het ontwikkelen is, is onbegonnen werk. Zoals u zal begrijpen, is deze man zo goed als onverzadigbaar. Hij houdt zogezegd nooit op en zijn werkgebieden lijken geen grenzen te kennen. Er gaat geen maand voorbij waarin hij niet een performance doet, iets onderneemt in de openbare ruimte of een opdracht accepteert. En altijd staan schilderingen centraal. Ze zijn als een middel dat helpt antwoord te geven op vraagstukken die niemand weet op te lossen. Onder zijn laatste projecten zijn onder andere de inrichting van het artiestenverblijf van de academie voor toegepaste kunst in Straatsburg, het ontwerp van de stand van zijn galerie In Situ, ter gelegenheid van de beurs in Lineart en de Kunstrai in Amsterdam, een tentoonstelling in samenwerking met Jean-Michel Alberola in de HermèsVerrière in Brussel, deelname aan de tentoonstelling van Droog Design op de Grand Hornu of nog een nieuw project in Japan... Dit bewijst nogmaals hoe groot het actiegebied is van deze schilderkunstenaar, die niet binnen een categorie te plaatsen is.

De journalist en kunstcriticus Olivier Reneau schrijft al sinds 1994 over kunst, architectuur, design, etc. voor vakbladen (Beaux Arts Magazine, L’Œil, TriBeCa, Archistorm...) en algemene tijdschriften (Optimum, Air France Madame...). Hij was ook curator van exposities (Bruits Secrets in Tours, Tadashi Kawamata in Evreux, Domeau & Pérès in Milaan) en hij hielp mee bij de oprichting van artistieke organisaties (Accès Local, SilenTV, Artplatform). Deze ervaring stelt hem in staat te werken op onderwijsgebied en als consultant te werken voor Shimizu Art Office en de Volkswagengroep.