"In Between"

13/09 - 26/10/2008

[home]
[english]

Heske de Vries

maakt schilderijen op klein formaat die zich laten lezen en bekijken als bladzijden uit een dagboek, waarin de kunstenaar gebeurtenissen, plekken en impressies heeft geregistreerd en verbeeld. Daarbij gaat het niet alleen om de verbeelding van recente ervaringen, maar ook om die van herinneringen en associaties uit een verder verleden.

De selectie van schilderijen die wij voor deze tentoonstelling hebben gemaakt gaat over onderwerpen die opvallend gewoon en alledaags zijn. Stillevens en landschappen zijn een steeds terugkerend thema in haar oeuvre en het zijn ook onderwerpen die iedereen kan herkennen. Daarnaast hebben we geopteerd om een aantal werken te tonen die een minder harmonisch beeld van de wereld schetsen, die een meer chaotische omgeving in beeld brengen maar dat ons misschien vertrouwder voorkomt dan de idylle van het romantische landschap. Rondslingerend afval of mediabeelden van een ongeval behoren ook tot onze dagdagelijkse werkelijkheid.

Heske de Vries tekent en schildert alledaagse zaken als zijn het containers van emoties, die haar eerder of elders gevoelde ervaringen opnieuw kunnen oproepen. Haar werk komt de toeschouwer bekend en vertrouwd voor maar blijkt tegelijkertijd zeer persoonlijk te zijn: Het gaat mij om de inhoudelijke aspecten die het alledaagse oproept, en die ik naar voren probeer te brengen door mijn manier van schilderen aan te passen zegt ze zelf. Ieder onderwerp dicteert een eigen aanpak zodat de schilderkunstige oplossing een draai geeft aan de alledaagse werkelijkheid. De schilderijen zijn steeds weer anders opgebouwd en verschillend in technische uitvoering. Soms is de verf dun en de toets los en schetsmatig, elders is het beeld laag voor laag bedachtzaam en zorgvuldig opgebouwd.

De schilderijen van de Vries in "In Between" gaan zowel letterlijk als figuurlijk over binnen- en buitenkanten. Over interieurs en exterieurs en over de relaties tussen hetgeen we zien en hetgeen we ervaren. De bleke tinten die de meeste werken kenmerken passen bij de bescheidenheid waarmee Heske de Vries de toeschouwer deelgenoot maakt van de dingen die voor haar - in haar werk en daarbuiten - belangrijk zijn.

In elk blad of klein schilderij zien we hoe de bewegingen van het penseel worden neergelegd rondom het motief van de voorstelling. Daar begint de formulering ook. Dat gaat zeer behoedzaam ­ ook al omdat het niet zelden de vraag is wat het motief eigenlijk is. Is het een volume van enig voorwerp, of juist de contour ervan of ook, als het om meerdere voorwerpen gaat (in een tafereel), vooral de tussenruimtes of zelfs de schaduwen van de voorwerpen? Als ik kijk, en rondsnuffel, in het werk van Heske de Vries, dan zie ik (als handwerkelijke constante eigenlijk) hoe het motief langzaam en voorzichtig wordt beroerd en afgetast door het handschrift zelf ­ en door de beweeglijkheid van die manufactuur. Een motief is in beginsel een stil voorwerp (een vaasje bloemen op een tafeltje, een close-up van een gebloemde jurk) maar eromheen is steeds suggestieve ruimte, naar alle kanten, en in die ruimte beweegt zich het penseel en beginnen vorm en kleur te vloeien. Meestal is het motief simpel of zelfs vaag en wankel van vorm. Het moet er zijn omdat er ook wat richting gevonden moet worden voor de bewegingen van het penseel dat anders zou kunnen verdwalen. Het is zoals in een beek een steen de stroming van het water niet echt verstoord maar wel een discreet kronkelend spoor achterlaat: zo geeft een motief (alle aspecten ervan) een soort sturing aan het penseel terwijl ook, tegelijkertijd, het penseel het motief formuleert alsof het er van begin af aan nog net niet helemaal was, of alleen maar groeiende was. Want net zo goed kun je zeggen, kijkende naar deze zachtaardige formuleringen van intieme waarnemingen, dat de wendbare verfbewegingen het motief in zekere zin ook creëren, en dat het motief in het bewegen van verf en vorm, en alle nuanceringen in die ruimte, gevonden wordt en dan komt bovendrijven zoals een lichte lelie op licht water. Het mooie geheim van dit ijle werk is precies die toverachtige ambivalentie tussen bewegingen van hand en de fluwelen stilte van het drijvende motief. Bedenk ook dit: een melodie kan luid en krachtig gezongen worden ­ of ze kan worden geneuried. Dan worden haar golvingen weer anders geheimzinnig. Ik denk dat je zo naar de kunst van Heske de Vries moet kijken: met die geduldige aandacht voor de details van hun dubbelzinnigheid. Blijf kijken tot het ding voor je ogen begint te bewegen, onvoorspelbaar, als een wolk met zijn schaduw.

Rudi Fuchs

David Kowalkowski

inbetween-david kowalkowski

exposeerde reeds samen met zijn vroegere docent Marcel Berlanger in de galerie. Hij toonde toen een reeks olieverfschilderijen met telkens een plataan als onderwerp. Het was vooral de camouflagetextuur die Kowalkowski in deze boom aantrok. Deze invalshoek was ook de aanleiding om zijn werken te exposeren in de tentoonstelling "Make-up/Camouflage" samen met Eric Angenot en Martijn Schuppers in mei 2006. De typische kleur- en vormkenmerken van de camouflagetechniek zijn duidelijk aanwezig in de steeds veranderende huidstructuur van de plataan maar ze hebben niet hetzelfde doel van het camoufleren in het dierenrijk of in de menselijke oorlogsvoering, waarbij juist getracht wordt om de vijand te verschalken door onzichtbaar op te gaan in de omgeving. De veelkleurige schilferingen maken platanen juist heel zichtbaar in de stedelijke omgeving. In zijn reeks met de basten van platanen is het onderwerp alleen een alibi om het feest van het schilderen op een losbandige wijze te vieren. De camouflagetextuur gaf Kowalkowski de mogelijkheid om zich uit te leven in al de technieken die de schilder ter beschikking staan. De schilferende huid van de plataan als alibi voor het tentoon spreiden van oneindige picturale mogelijkheden.

De schilderijen van Kowalkowski die nu in de galerie te zien zijn bereiken eenzelfde kwaliteit als de schilderijen met platanen maar vertrekken vanuit een andere insteek. Onderwerp, kleurgebruik, compositie, enz .... alles is anders maar met eenzelfde herkenbare virtuositeit geschilderd. De onderwerpkeuze situeert zich nog altijd in de onmiddelijke stedelijke omgeving maar het zijn meer intieme, monochrome beelden geworden waarin een kleine spin de hoofdacteur is in een decor van huiselijke flora.

De kleurrijke uitbundigheid van de schilferingen heeft plaats gemaakt voor een sober kleurgebruik van blauwe tonen zoalsmen gebruikte in oude fotoafdrukken maar dan met nuances van sepia.

david kowalkowski spider3

In tegenstelling tot de vroegere all-over composities waarin de plataan centraal stond, gebruikt Kowalkowski in een meer recente reeks schilderijen waarin een kleine spin een belangrijke rol speelt, een beeldverdeling die zich van de buitenkant naar het midden uitstrekt. De context van zijn verhaal beweegt zich nu van de grens van het beeldvlak naar een ijle ruimte in het midden. Daarin zweeft centraal een spin tegen een heldere Œachtergrond¹. Het web dat ze spint is tegelijkertijd binnen en buiten, het is haar grens, de afbakening van haar domein.

De spin is het beeld binnengeslopen als een parasiet van het landschap, van de idylle. Ze komt tevoorschijn uit een donkere wereld en verwekt gevoelens van angst en afkeer. Ze nestelt zich in de dromen en fantasieën van de depressie.

Het schilderij (van Kowalkowski) dat bedoeld is om ons te verleiden wordt verstoord door de spinachtige parasiet. Ze dringt zich aan ons op. Ze bepaalt de grens tussen hier en ginder, tussen voor- en achtergrond. Het helle licht dat ons als het ware in het midden van het doek vanuit de donkere kleuren aan de randen (van de tunnel) naar buiten zuigt, ons verlangen naar het zonlicht, wordt verstoord, verhinderd door de aanwezigheid van de spin.

De spin verbreekt de verleiding tot ze zelf deel uitmaakt van het beeld, tot ze er één mee wordt. Ze wordt acceptabel op een schilderkunstige manier, ze maakt uiteindelijk deel uit van de picturale seductie. De spin is de kunstenaar zelf. Ze is een mogelijk antwoord op een periode van impasse. Waar bevind ik mij in de wereld, wat is mijn deel in de kunstwereld, wat is het beeld dat ik kan creëren?