De magie van het beeld II |
[ home]
[ version française ]
[ English version ]
Marcel BERLANGER schilderijen - Gerco DE RUIJTER foto's
|
Een beeld is visueel en krijgt dus per definitie gestalte binnen de waarnemingsrelatie die het dragende materiële medium met de toeschouwer verbindt. Deze verhouding is particulier, ze is een functie van het zien én het niet-zien van de kijker – van zijn of haar psychische waarnemingsstructuur. Daarmee neemt iemand waar, dus kan u noch ik ook die apparatuur zelf waarnemen. Iemands onbewuste is gewoon deze ongereflecteerde of ongeziene achterkant waarmee hij denkt of waarneemt. Daardoor zie je wat je ziet – maar je ziet niet wat je niet ziet. Ieder zien heeft kortom het eigen niet-zien als blinde vlek, en dat letterlijk. Over deze 'subjectiviteit' hebben we het haast nooit in een gesprek over kunst. Vreemd is dat, want het besef van de onontkoombare verschillen in waarneming van eenzelfde object, dat juist daarom nooit hetzelfde is, zou de grondslag van een geraffineerde en beschaafde conversatiecultuur kunnen vormen. 'Pardon, maar wat ziet u precies?' als rituele opener van een gesprek bij een geëxposeerd kunstwerk tussen twee mensen die elkaar helemaal niet kennen: dàt zou pas gemeenschapsvorming zijn.
Rudi Laermans, fragment uit 'Het vrolijke kunstgebabbel' in A-PRIOR 09, pp 191–192
Marcel Berlanger (°B, 1965) bespeelt in zijn schilderijen de verschijning en de kracht – de magie – van het beeld. Hij gaat daarbij echter allerminst te rade bij occulte krachten. Zijn magie is integendeel bijzonder materieel en transparant. Berlanger onderzoekt de wetmatigheden en processen die een beeld laten verschijnen. Hij laat die in zijn schilderijen ook zien, hij toont ons zijn ‘trucs’, en toch blijven zijn beelden ons het zoete geluk van de illusie en de magie van de verschijning verschaffen. Hoe doet hij dat? Precies door ons het inzicht te bezorgen in de inwendige structuur van zijn beelden – een
'analyse' waarbij het beeld aanvankelijk oplost en verdwijnt – laat hij ons de verschijning van het beeld, als het ware van binnen uit en op het moment van de waarneming zelf, telkens opnieuw ervaren. Deze schilderijen vormen een soort spiegels, waarin we zien hoe we kijken, hoe een beeld ontstaat en hoe dit beeld betekenissen krijgt. Zo reveleren ze ons iets over de werking van de waarneming, het geheugen en de verbeelding, en over de oorsprong en de ontwikkeling van taal en beeld, van kunst en wetenschap.
Je kunt de werkelijkheid niet aanraken, wel benaderen. En dat des te meer, naarmate je meer afstandelijke middelen gebruikt. Hoe meer je een systeem van representatie toont, des te sterker het zich tegelijkertijd uitwist.
Een grote reeks schilderijen is op een drager van met polyester bedekte glasvezels gemaakt. Het glasvezelweefsel vormt een sterk mechanisch raster. Het representatiesysteem is prominent aanwezig. Je ziet het punt, het raster, het zwart/wit. Als je van dichtbij kijkt, dan zie je de toets, en het onderwerp verdwijnt.
"Maar neem je opnieuw afstand, dan zie je plots de afbeelding. Het is werkelijk een verschijning. Je komt dichter bij een aanraking met de natuur als je afstand van haar neemt, dan wanneer je zo dicht mogelijk bij haar blijft. Omdat je op die manier bijna de creativiteit van de natuur weet te imiteren. Je vindt processen."
fragmenten uit tekst van Frank Maes in catalogus "Marcel Berlanger. Les petites histoires de la peinture."
Gerco De Ruijter (°NL, 1961) en Martijn Schuppers (°NL, 1967) exposeerden vorige zomer hun werk gezamenlijk in een tentoonstellingscyclus over nieuwe tendensen in de abstracte kunst. Op het eerste zicht was het moeilijk uit te maken wat de foto's en wat de schilderijen waren. De overeenkomsten zijn echter misleidend. Beide kunstenaars bedienen zich van twee heel verschillende media, die ze dan bovendien nog op onorthodoxe wijze gebruiken. Door het gebruik van ongewone methodes worden het spectaculaire beelden. Het werk komt voort vanuit hun bijzondere onderzoekende mentaliteit. Beide kunstenaars hebben een fascinatie voor hun medium en dat uit zich door de fundamentele manier waarop zij met dat medium bezig zijn en haar grenzen opzoeken.
De Ruijter tuurt niet door de zoeker van zijn camera om zijn foto te nemen. Hij bevestigt zijn toestel aan een vlieger die de landschappen vanuit de lucht fotografeert. Daardoor bereikt hij een merkwaardige perspectief. Zijn foto's krijgen een hoog abstract gehalte door de onverwachte hoek waaruit het landschap geregistreerd wordt. De richtinggevende horizon ontbreekt waardoor de ijkpunten wegvallen. De aarde bestaat alleen nog uit verschillende texturen: een donker vlak van craquelé met als pendant een zacht fluwelen groene laag en sponsachtige vormen. Bij nader inzien blijken het de zee, een weiland en bomen. Vanuit de lucht gefotografeerd, lager dan een vliegtuig, twintig meter boven het maaiveld. Juist door afstand te nemen lijkt het alsof het onderwerp van heel dichtbij is gefotografeerd. De kadrering en de overall-compositie voltooien de vervreemding van het vertrouwde beeld van het landschap.
Martijn Schuppers maakt schilderijen die lijken op grote foto's van maanlandschappen, microscopische opnames van bacteriën of verweerde steenmassa's. De beschouwer wordt om de tuin geleid, er lijkt geen sprake te zijn van verf op een doek. Dit bereikt de schilder door een dunne verflaag die op een ander kleurvlak is aangebracht met terpentijn aan te tasten. De opgeloste verflaag bewerkt hij onder andere met kwast of bezem en zo ontstaan allerlei sporen en vormen. Het verrassende effect is de sterk ruimtelijke illusie.
Schuppers is gepassioneerd door de materie, hij wordt erdoor gegrepen, geraakt. De vermenging van pijn en genot in het sublieme, de fundamentele gespletenheid van de subjectiviteit die eraan ten grondslag ligt en de ervaring van radicaliteit in een exces van tijdelijkheid, zijn bij Schuppers essentiële elementen die reeds in het creatieve proces aanwezig zijn. De schilderijen worden in een korte tijdspanne op een driftige manier gemaakt. Het perfecte, 'antieke' monochroom wordt ruw, agressief verstoord. Het schilderij wordt geslagen, gestoten, geschud, waardoor de pigmenten hun coördinaten verlaten en in de nog niet vaste vorm een nieuw beeld laten verschijnen.
Wolfgang Ellenrieder (°D, 1959) componeert beelden en voorstellingen van onderwerpen en gegevens die ons langs de kanalen van de populaire media hebben bereikt. Zijn schilderijen en drukken zijn opgebouwd met afbeeldingen die opgeslagen zitten in ons collectief geheugen. Hij toont ons fragmenten van de bedrieglijke paradijselijke idylle, van de opgesmukte voorstad, van een knus bourgeois-scenario. Alle elementen zijn in zekere zin fake, ze komen uit catalogi voor modelbouwers, uit publiciteitsfolders en uit archieven van fotoagentschappen. Ontdaan van elke betekenis worden het beelden die goed zijn voor alle gebruik. Ze kunnen allemaal dienen ter illustratie van artikelen in de pers en in brochures allerhande tot in de oneindigheid. Ze krijgen pas betekenis wanneer er tekst aan toegevoegd wordt.
Ellenrieder is een meester in het monteren van beelden en impressies uit verschillende, soms zelfs elkaar bekampende domeinen. Elementen die genomen zijn vanuit verschillende oogpunten, platte en perspectivische beelden, worden door de kunstenaar geregisseerd tot er een spannend, voldragen beeld ontstaat. Ellenrieder speelt met de kijker, hij bevraagt onze perceptie, hoe we alledaagse voorwerpen en beelden registreren. Vertrouwde beelden zijn plotseling vervreemd wanneer ze door de kunstenaar onder handen zijn genomen, soms onopvallend. Hij wekt irritatie op. Men voelt als kijker dat men niet kan vertrouwen op het eerste zicht, zelfs na aandachtige observatie blijft er onzekerheid, blijft er vaagheid. Je begint het vertrouwde beeld van elke dag te wantrouwen. Zijn beelden zijn een valstrik voor het oog maar ook een vervulling van het oog.