De titel voor de tentoonstelling verwijst naar twee tegengestelde hoedanigheden die in de werken van deze drie kunstenaars gecombineerd worden. Make-up wordt gebruikt om iemand (of iets) op te maken, een uitdrukking te benadrukken terwijl camouflage eigenlijk het omgekeerde effect nastreeft, namelijk het onopvallend maken van iets of iemand om de vijand te verschalken.
De typische kleur- en vormkenmerken van de camouflage worden uitvergroot gekopieerd in mode, design en cosmetica. Camouflage wordt op die manier een deel van het make-up assortiment. Door alleen het detail van de camouflageschildering te gebruiken als textuur in kleding en design ontkracht deze modetrend op het eerste zicht het eigenlijke doel van de camouflagetechniek. Het cliché van de camouflage wordt gebruikt als een embleem voor de strijd in Afghanistan en Irak (door voor- en tegenstanders van de oorlog) en in de 'streetculture' duidt het gebruik van camouflagekleding op sterkte en moed. Soldaten dragen camouflage om zich aan het zicht van de vijand te onttrekken en in de gewone maatschappelijke context gebruikt men het om meer aandacht op zichzelf te trekken.
Ook in de hedendaagse kunst wordt er geflirt met camouflage. Het wordt zelfs een decoratief element met een bepaalde esthetische kwaliteit wat duidt op een herkenning en aanvaarding van het camouflagemotief en dus onrechtstreeks ook het accepteren en relativeren van oorlog en terrorisme.
Veel kunstenaars bedienen zich nog van het woord 'utopia'. Zo ook Thomas Hirschhorn die een ophefmakende in de USA rondtoerende tentoonstelling de titel geeft 'Utopia, Utopia=One World, One War, One Army, One Dress'. De vraagstelling in deze tentoonstelling is eigenlijk: waarom dragen zoveel mensen in een tijd vol gewelddadigheid kleding en versiering die bedekt is met de abstracte patronen die symbool staan voor gewapend conflict en terrorisme? Zoals de titel suggereert reikt de tentoonstelling ons lichtzinnige, onbezonnen mogelijkheden aan, tegengesproken door de zovele tragische gebeurtenissen en toch essentieel, zuiver en fundamenteel echt, dat alle mensen verenigd zijn. Wij zijn één; onze verbondenheid is op een absurde manier manifest in een wereldwijd camouflagenet dat in alle aspecten van ons leven infiltreert, van onbeduidend tot verraderlijk.
Angenot, Kowalkowski en Schuppers zijn stuk voor stuk kunstenaars die op een kwalitatief hoogstaande manier en op eigenzinnige wijze aan hun oeuvre werken en daarbij de media waarin zij zich uitdrukken kritisch bevragen en met een zeer open geest onderzoeken. In de tentoonstelling brengt elke kunstenaar één facet van zijn werk, alhoewel zij zich elk op zich van diverse media bedienen. Het gegeven 'camouflage/make-up' vormt de link tussen de drie kunstenaars die dit onderwerp zeer verschillend benaderen. De verzamelnaam van de tentoonstelling geeft mij een alibi om het werk van drie door mij hoog gewaardeerde kunstenaars samen te brengen. Tegelijkertijd wordt een onderwerp in beeld gebracht dat in onze samenleving steeds belangrijker aanwezig is en dat ook in het kunstdiscours en in de media voor veel animo zorgt. Ik hoop dat u samen met ons kan genieten van de kunstwerken en dat het onderwerp kan zorgen voor reflectie, dialoog en discussie.
Eric Angenot's werk is zijn manier om na te denken over de turbulente zone waarin de mensheid zich momenteel bevindt en een registratie van de zoektocht tot mutatie om daarin te overleven. Alles wat hem omringt aan vormen en tekens gebruikt hij in zijn laboratorium. Hij recycleert schilderkunstige talen en esthetische codes, put uit de beeldhouwkunst en de streetart, de sciencefiction en de rockcultuur. Hij reconstrueert een ambiguë en complexe realiteit die bestaat uit antagonistische elementen. Elk beeld bestaat autonoom en de kunstenaar plaatst ze bij voorkeur in de dagdagelijkse ruimte als cellen van bevraging en weerstand. Doorheen zijn disparaat geplaatste sculpturen zoekt hij zich een identiteit te verschaffen in de complexe, uiteengespatte wereld. Hij gebruikt direct leesbare tekens zoals het kruis omdat ze volmaakt en gestileerd zijn. Hij verwerkt clichés en symbolen in drie dimensies waardoor hij ze een lichaam geeft, dus een andere realiteit, inclusief de onvolkomenheden en gebreken die tijdens dat proces ontstaan. Een gereduceerde informatie wordt op die manier geactualiseerd en verpersoonlijkt. Eric Angenot interesseert zich duidelijk in de schaduwzijde, het verborgene, van de menselijke natuur. Hij verdiept zich zowel in de donkere kant van het individu als in het obscure van diverse culturen. Zijn sculpturen verankert hij in de realiteit door ze letterlijk te voorzien van handvaten en kettingen. Hij geeft ze daardoor ook de mogelijkheid om gemanipuleerd te worden, als instrument te worden gebruikt. Sommige sculpturen zijn juxtaposities van vervaarlijke vormen en beschermingsaccessoires waardoor ze direct gelieerd worden aan wapentuig of als metaforen van de overlevingstactiek in een vijandige omgeving. Angenot verwijst nadrukkelijk naar hedendaagse sociale; maatschappelijke relaties in zijn suggestie van wapens, competitiegeest en agressiviteit, maar hij gebruikt deze gecodeerde elementen op een spannende, bevragende manier door ze in een staat van kwetsbaarheid, van degeneratie weer te geven. De kunstenaar gebruikt veelvuldig de basiskleuren van de camouflage maar ontkracht de gewelddadige oorsprong ervan door er frivole, romantische elementen aan toe te voegen die vreemd zijn aan de militaristische levensopvatting. Hij doorprikt ook het cliché waarin sommige kleuren, texturen en symbolen zijn gevangen door terug naar de oorsprong ervan te verwijzen, die te vinden is in de biologie. Dieren en planten hebben immers de natuurlijke mogelijkheid om zich door camouflage te beschermen tegen vijanden die de natuurlijke orde op een gewelddadige manier willen verstoren.
David Kowalkowski schildert in olieverf op doek. De geur van de verf laat mij duizelen. Ik ben verliefd op deze geur en ook op het werk van deze schilder. Zijn reeks met de basten van platanen als onderwerp toont ons de essentie van het schilderen. Het onderwerp is een alibi om het feest van het schilderen op een losbandige wijze te vieren. Vanuit de figuratie komt Kowalkowski tot een abstractie die beantwoord aan zijn ingesteldheid en aan de universele kwaliteitseisen die men eist van grote schilderkunst. Een detail van een plataan tegen een vaag aanwezige en toch storende achtergrond van het stadsbeeld wordt in zijn groei geschilderd. De schors brokkelt af en laat nieuw leven ontluiken. Het patroon is één en al camouflagetextuur. Dit recentelijk veelvuldig gebruikte patroon als decoratie van de alledaagsheid in allerlei gebruiksartikelen en die zelfs in de abstracte schilderkunst een element van herkenning is geworden, heeft in de schilderijen van Kowalkowski een totaal andere waarde. Het geeft hem de mogelijkheid om zich uit te leven in al de technieken die de schilder ter beschikking staan. De geduldig over elkaar geplaatste lagen die periodiek in dagenlange sessies op verschillende werken tegelijkertijd worden aangebracht laten de kenner/kijker genieten van het sublieme dat kan bereikt worden met minimale middelen. De schilder gebruikt eigen gemaakte foto's als model voor zijn schilderijen. De representatie van de werkelijkheid heeft diverse stadia doorlopen, het uiteindelijke beeld is gemanipuleerd naar eigen inzicht en smaak. In de schilderijen nemen de details van de boomstammen het centrum van het beeldvlak in beslag. Het is een bijna allover-compositie met alleen in de marges aan weerszijden een referentie naar de realiteit, naar de stad, de cultuur, de beschaving. De kunstenaar is niet op zoek naar een idyllisch beeld van de natuur. Hij gebruikt beelden die hem vanuit zijn stedelijke omgeving opvallen. De plataan is een boom die volop in de stad aanwezig is, het is één van de weinige soorten die onze asfaltobsessie kunnen trotseren. De schilderijen van Kowalkowski onttrekken zich aan elke vergelijking met voorgangers en beloven ons een prachtig oeuvre.

De foto's van Martijn Schuppers zijn in wezen uitvergrotingen van wat hij schilderkunstig doet. Het gaat om de spanning van het moment van ontdekken of van de mogelijke ontdekking. De verwachting bij het inzoomen en tegelijkertijd de afstand door het onderzoekende karakter van de actie geeft een spanningsveld die zichtbaar wordt in de fotografische registraties. De wereld wordt groter naarmate je inzoomt, dat is wat ook in zoveel wetenschappelijk onderzoek gebeurde en dat is ook Schuppers' ervaring. Schuppers denkt als schilder terwijl hij fotografeert. Het zijn foto's over het medium schilderkunst, ze geven een beeld van de schilderkunst, vandaar zijn titelkeuze voor deze serie 'The nature of painting', die de insteek van het werk zeer goed omschrijft. Het zijn natuurwetenschappelijke foto's die de verf als cellen, organische entiteiten tonen, ze leggen een verborgen leven bloot waarop wordt ingezoomd om het te expliciteren. De schilder wordt geconfronteerd met zijn eigen verwonderde blik in de schilderkunst, letterlijk met de lens/neus in de verf gedrukt. Kleur is voor Schuppers zeer belangrijk. Hij geeft er geen status aan zoals men vroeger elke kleur een bepaalde atmosfeer of hiërarchie toedichtte en ze zijn ook niet serieus, cerebraal of minimalistisch, ze zijn voor hem ook geen kitsch wat sommigen wel zeggen van zijn fluo-kleuren. De verf is make-up, daarachter is er niets. Het is pure cosmetica met het doel te verwarren en te verleiden, te misleiden en te verbergen. De schilderkunst van Martijn Schuppers is een 'over-the-top-processchilderkunst', die door haar make-up verbanden aangaat met nieuwe media en met fotografie in het bijzonder. Zijn foto's ontluisteren de mystiek van het schilderen. Goedbewaarde (of de wens daartoe) geheimen worden ontrafeld en zichtbaar gemaakt. Het verborgen proces wordt zelfs geëxtrapoleerd en in een exotische make-up veredeld.
