is een kunstenaar die bij voorkeur werkt op klein formaat, in series en in een abstracte vormentaal die duidelijk gebaseerd is op een figuratief onderwerp. Zijn werken zijn zeer grafisch, poëtisch en verstild. Zelfs in zijn (kleine) schilderijen blijft hij voornamelijk een vormgever, een vertaler van realistische beelden in abstracte, gevoelige, sfeervolle impressies.
Reizen zijn voor Opiolka enorm belangrijk. Het beleven van nieuwe, ongekende ervaringen en omgevingen bezorgen hem impulsen en inspiratie voor zijn artistiek oeuvre. Daarbij spelen reeds gekende en nieuwe systemen en principes van ordening een zeer grote rol. Reizen leveren niet alleen nieuwe processen en ontdekkingen op maar trekken ook de aandacht op wat voordien niet eens was opgemerkt, wat onopvallend voorbij was gegaan.
Opiolka begint met een omkadering door het vastleggen van een concept waarbinnen hij onvoorspelbare ontwikkelingen toelaat die bijdragen tot de beeldontwikkeling. De conceptueel geplande benadering van zijn werken is verbonden met zijn referentiepunten in de realiteit. Elk apart werk bevat alle essentiële karakteristieken van de ganse serie waarin het werk thuishoort. Elk werk is een microcosmos die tegelijkertijd de macrocosmos van de ganse serie inhoudt en uitdrukt.
De werken van Opiolka, en dan vooral zijn schilderijen, zijn steeds meerlagig en trekken altijd de aandacht naar het gebeuren in de periferie, zowel van het bewerkte blad of het beschilderde vlak, als van het onderwerp waarnaar gerefereerd wordt. De meeste werken van Andreas die nu worden tentoon gesteld zijn werken op papier. Het werken op papier verschilt voor de kunstenaar duidelijk van zijn meer geplande benadering van het schilderen op doek of paneel en laat hem een meer ongedwongen en directe uitdrukking toe. Een observatie kan bijna instant verwerkt worden maar maakt het proces ook kwetsbaar.
De in lagen opgebouwde schilderijen op doek of op een harde ondergrond staan qua sfeer en attitude lijnrecht tegenover het spontane karakter en de intimiteit die bereikt wordt in de gedeeltelijk ruw beschilderde en ingekraste en betekende papieroppervlakken van de werken achter glas.
laat naast zijn gekende gearceerde inkttekeningen nieuwe lavistekeningen zien en nieuwe sculpturen. Zijn recente werken zijn wel gemaakt op papier en ook met een typisch tekenmateriaal zoals voorheen, namelijk chinese inkt, maar krijgen nu toch meer het cachet van schildering omdat de inkt verdund wordt en met een borstel op de ondergrond wordt uitgestreken. Naast het verschil in toepassing van het teken/schildermateriaal zijn het vooral de doorgedreven versobering en abstrahering die opvallen. Deze werken zijn allemaal op een middelgroot formaat uitgevoerd in tegenstelling tot het vroegere werk dat ook en vooral op A4-formaat werd geproduceerd.
Het zijn deze tekeningen die de link vormen met de sculpturen. In het zwart-wit werk van Vermeersch zijn het vooral de wit gelaten delen in het papieroppervlak die de afbeelding gestalte geven. Maar omdat deze opplichtende vlakken zo schaars aanwezig zijn krijgen zijn tekeningen iets claustrofobisch. Elke tekening suggereert een doorgang, een uitgang, een opening, een lichtspleet, soms zelfs een open ruimte, maar plaatst ons ook vooral voor hindernissen en valkuilen of zet ons gevangen in een toeplooiend kluwen. De tekeningen roepen beelden op van kamers, gangen, en tunnels zoals wij die kennen uit onze dromen en nachtmerries. Er is geen levende ziel te bespeuren in deze wereld na de grote clash.
De tekeningen zijn eigenlijk zeer traditioneel, zowel qua techniek en materiaal als in de uitwerking. De werken doen ons onwillekeurig denken aan de houtsneden van grote Vlaamse kunstenaars ut de vorige eeuw en tegelijkertijd zijn ze zeer eigentijds en refereren ze aan science-fiction van verleden en heden. Robin Vermeersch heeft in deze tekeningen het erfgoed van verloren gegane grafische technieken vermengd met het beste uit de geschiedenis van de animatiefilm en heeft er een nieuw beeldenvocabularium mee opgebouwd dat niet moet onder doen voor de fantasmagie van door computer gegenereerde beelden.
beelden van Robin Vermeersch bieden verschillende invalshoeken: men kan ze bekijken als autonome sculpturen maar ook als maquettes of modellen. Daardoor verschillen ook de verhoudingen tot de omgeving en tot de wereld naarmate men als toeschouwer een ander standpunt inneemt. Als kijker kan je dus actief deelnemen en bepaal je ook de betekenis van de sculptuur in de ruimte. De grootste sculptuur ligt centraal in de ruimte en is opgebouwd uit verschillende soortgelijke elementen die op de grond liggen. Daardoor dwingt de kunstenaar ons om steeds een andere houding aan te nemen afhankelijk van onze intentie: wil men een totaalbeeld krijgen of wil men de installatie langs alle kanten en ook inwendig kunnen bekijken.